‘De afrekening’ door prof. dr. Maarten van Buuren

In oktober 2011 verscheen het boek ‘De afrekening. Ontmaskering van het gewapend verzet’ bij uitgeverij Lemniscaat (ISBN 978 90 477 0411 9). In april 2012 verscheen een tweede druk met als aanvullende ondertitel ‘Nieuwe, uitgebreide editie’.

Maarten B. van Buuren (1948) is hoogleraar moderne Franse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft verschillende boeken geschreven waarin Maassluis een belangrijke rol speelt.

In ‘De afrekening’ beschrijft Van Buuren o.a. de lotgevallen van de Maassluise NSB’er Lein Francke die op 8 mei 1945 kort na een verhoor onder leiding van de Naaldwijker Piet Doelman overlijdt. Van Buuren onderzoekt de voorgeschiedenis van deze gebeurtenis, de gebeurtenissen op 8 mei 1945 en de nasleep ervan. Hij poneert als stelling dat Piet Doelman leiding gaf aan een knokploeg die zich te buiten ging aan geweldpleging, roofovervallen en liquidaties. In de geschiedschrijving zou “het beeld van het gewapend verzet zijn verdraaid, geïdealiseerd en in christelijke zin gemythologiseerd”. Belastende informatie zou na de Tweede Wereldoorlog in de doofpot zijn gestopt en er zou gesjoemeld zijn met de bronnen (VB, 9).

Rond de publicatie van dit boek in het najaar van 2011 is de nodige commotie ontstaan. Van verschillende kanten kwam scherpe kritiek. Van Buuren spreekt over ”onstuimige debatten, zowel op lokaal als op landelijk niveau” (VB2, 15). Op 28 februari 2012 zou de heer Van Buuren aanwezig zijn tijdens een bijeenkomst van het Genootschap Oud-Westland in Naaldwijk om o.a. met David Barnouw (NIOD) te debatteren over zijn boek. Hij heeft zich toen echter teruggetrokken omdat hij, aldus een persbericht van de Westlandse Omroepstichting (WOS), geconfronteerd zou zijn “met een hetze, een aanklacht wegens wetenschappelijke fraude, het door het slijk halen van zijn boek, pogingen hem in diskrediet te brengen, …, verschillende haatmails”.
Verschillende pogingen om alsnog een publiek debat te voeren over zijn boek hebben tot nu toe geen resultaat opgeleverd.

In de tweede druk van zijn boek schrijft Van Buuren dat zijn “verhaal over misstanden bij het gewapend verzet van a tot z overeind is gebleven” en dat “er nog meer belastende informatie boven water is gekomen” (VB2, 15).

In ‘De afrekening’ worden door Van Buuren enkele thema’s aan de orde gesteld en enkele standpunten ingenomen. In hoofdzaak komen deze in de optiek van het schrijverscollectief van ‘Gemeente Naaldwijk 1940-1945’ op het volgende neer:

  1. De geschiedschrijving over het gewapend verzet deugt niet. Onwelgevallige gebeurtenissen zijn opzettelijk verdonkeremaand. Officiële standaardwerken,  zoals die van L. de Jong, idealiseren de geschiedenis in christelijke zin.
  2. De Stichting LO-LKP heeft in ‘Het Grote Gebod’  geen plaats ingeruimd voor Piet Doelman omdat hij een rotte appel zou zijn die het onbaatzuchtige beeld van het gewapende verzet zou besmeuren.
  3. De meeste gewapende verzetsgroepen deugden niet. Zij waren vooral uit op eigen gewin.
  4. Piet Doelman deugde niet.
  5. Lein Francke viel wel mee.
  6. Er is te weinig aandacht geweest voor het lot van de vele NSB’ers en collaborateurs die na de bevrijding het slachtoffer werden van willekeurige wraakacties van het voormalige gewapend verzet (m.n. genoemd in de 2e druk, p. 272).
  7. Er is na de oorlog te weinig aandacht geweest voor slachtoffers van gewelddadige represailles door leden van het gewapende verzet (m.n. genoemd in de 2e druk, p. 273).
  8. Het NIOD zou meer aandacht moeten hebben voor het kwalijke optreden van het (voormalige) gewapende verzet (m.n. genoemd in de 2e druk, p. 15).

Het schrijverscollectief is van mening dat ‘De afrekening’ als volgt kan worden getypeerd:

  1. Meer roman dan geschiedwerk (kenmerken van een docudrama waarbij elementen uit de geschiedenis als decor wordt gebruikt voor een boeiende plot, vergelijkbaar met het werk van de misdaadromanschrijver Tomas Ross).
  2. Slordig bronnengebruik (haastwerk, beperkte bronnen, verkeerd lezen).
  3. Vooringenomenheid van de auteur (met daardoor beperkt zicht op zijn bronnen).
  4. Generaliserend (het gehele verzet wordt over één kam geschoren).
  5. Pretentieus (de auteur wekt de indruk dat hij voor het eerst in Nederland een onthullend beeld over het verzet schetst).
  6. Eenzijdige benadering van Piet Doelman (een onevenwichtig beeld, geen ruimte voor pro en contra).
  7. Gebrekkige kennis van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en van de spelregels voor verantwoord historisch onderzoek.

Er zijn ook enkele positieve opmerkingen over ‘De afrekening’ en de discussie over het boek te maken:

  1. De aandacht voor (streek)geschiedenis is gestimuleerd.
  2. Er zijn enkele nieuwe bronnen beschikbaar gekomen, waaronder fotomateriaal.
  3. Het boek doet een appèl op andere historici om de geschiedenis ‘als discussie zonder eind’ gaande te houden.
  4. Het boek past in een nieuwe beweging binnen de geschiedschrijving waarbij bestaande beelden ter discussie worden gesteld (‘goed-fout-grijs’).

Van Buuren heeft ‘De afrekening’ eerder gepubliceerd dan hij aanvankelijk van plan was. Volgens plan zou zijn ‘In de schaduw van de oorlog’ in het voorjaar van 2011 verschijnen. Dit boek bevat allerlei verhalen over Maassluizers rond de oorlog en verscheen in 2012. Mogelijk heeft Van Buuren rond de figuur van Lein Francke zoveel interessant materiaal gevonden, dat hij gemeend heeft deze stof te moeten verwerken in een zelfstandig boekwerk. Daarbij is zijn ‘scope’ steeds breder geworden – mogelijk te breed. Het heeft er alle schijn van dat Van Buuren aan de haal is geraakt met zijn onderzoek en daarbij de nodige distantie en zorgvuldigheid uit het oog is verloren. En daarmee zijn eigen beperkingen.