Onzorgvuldige geografische aanduidingen

 


Geografische reikwijdte van het onderzoek van VB – 1

Citaat

9: “Dit verhaal over de ontmaskering van het gewapend verzet in Zuid-Holland is geheel op feiten gebaseerd”… “een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het oorlogsverleden van Zuid-Holland”.

Commentaar

Van Buuren gebruikt hier de provincienaam Zuid-Holland tot twee keer toe. Hij schrijft echter met name over het Westland, Maasland en Maassluis. Op de kaft wordt de geografische reikwijdte van zijn onderzoek in het geheel niet beperkt. Daar is zelfs sprake van “het gewapend verzet”. In hoofdstuk 14 (‘De mythe van het gewapend verzet’) lijkt het ook weer alsof hij het gehele Nederlandse verzet op het oog heeft. Uit publicitair oogpunt is dit misschien te begrijpen. Het is echter ongepast zo onduidelijk te zijn over je onderzoeksgebied.

In de 2e druk (246-249) geeft Van Buuren enkele voorbeelden van gewelddadig optreden van criminele bendes (onder het mom van het verzet) uit andere steden, m.n. Den Haag en Rotterdam. Hij baseert zich daar op andere auteurs waarvan de publicaties al waren verschenen voordat de 1e druk van ‘De afrekening’ was gepubliceerd. Waarom hij gewacht heeft tot zijn 2e, verbeterde druk om deze voorbeelden te beschrijven is niet duidelijk. Heeft hij ze pas later gelezen – nadat erveel commentaar op zijn boek was verschenen (oktober, november 2011)?

Overigens valt niet te ontkennen dat er criminele elementen actief waren in verschillende verzetsgroepen in Den Haag en Rotterdam. Het gaat echter te ver om dan alle verzetsgroepen over die ‘criminele kam te scheren’. Zie: J.L. van der Pauw (1995); B. van der Boom (2005).


Geografische reikwijdte van het onderzoek van VB – 2

Citaat

15 (2e druk):  “het gewapend verzet – niet alleen in het Westland, maar ook in Den Haag en Rotterdam.”

Commentaar

Van Buuren perkt hier in de 2e druk de reikwijdte in tot het Westland en de twee nabijgelegen grote steden. Door de wens uit te spreken dat onderzoekers bij het NIOD “…alle regio’s van ons land in kaart” gaan brengen, geeft hij feitelijk toe dat zijn claim van ‘het gewapende verzet’ in totaliteit wel erg royaal is. Opvallend is dat hij in de 2e druk deze wens uitspreekt. Er klinkt een beschuldiging in door: alsof het NIOD bewust dit onderwerp niet heeft onderzocht of heeft willen onderzoeken. Het past in zijn ‘doofpot’-stelling (VB1, 9).


Omvang BS district o.l.v. Piet Doelman

Citaat

21: ”hoogste baas in het district Zuid-Holland-Zuid.”

Commentaar

Ik twijfel aan de juistheid van deze aanduiding. De verantwoordelijkheid van Doelman beperkte zich tot het district Vlaardingen-Westland. J.L. van der Pauw, Guerilla in Rotterdam (1995) spreekt hier niet over.


Westelijk Nederland of Westland?

Citaat

63: ”De boerderijen en tuinderijen in de Oostgaag vormden de machtsbasis van het gewapend verzet in westelijk Nederland of … van Knokploeg Westland.”

Commentaar

Van Buuren is slordig door westelijk Nederland te verwarren met Westland. Het maakt de positie van Doelman als leider van de knokploeg geografisch gezien veel groter dan deze in werkelijkheid is geweest. Op  p. 67 en 68 noemt hij de exacte grenzen van het Westland. Hierin neemt hij voor het gemak het gebied ten oosten van Maasland (tot en met Vlaardingen en Schiedam mee). Dat laatste is onjuist. Dat gebied behoort niet tot het Westland.


 

Arrestatie Doelman in centrum van Naaldwijk?

Citaat

204: ”Doelmans auto kreeg motorpech in het centrum van Naaldwijk…”

Commentaar

Doelman kreeg op 23 april 1945 motorpech op de Middelbroekweg tussen Naaldwijk en Honselersdijk en dus niet in het centrum van Naaldwijk. Dit staat letterlijk vermeld op p. 204 van ‘Gemeente Naaldwijk 1940-1945’. Van Buuren noteerde overigens zelf op p. 131 correct dat Doelman op de Middelbroekweg ter hoogte van de Strijpbrug motorpech kreeg. Je krijgt het vermoeden dat zijn boek een goede redacteur of een kritische medelezer heeft gemist. Het lijkt een kleinigheid, maar het duidt mogelijk op haastwerk bij Van Buuren tijdens het schrijven van zijn boek.