Suggestief taalgebruik


Oorlogsverleden?

Citaat

9: “…het oorlogsverleden van Zuid-Holland…”

Commentaar

De term ‘oorlogsverleden’ heeft een negatieve connotatie en wordt gereserveerd voor personen. Het wijst op vooringenomenheid door in het ‘Vooraf’ deze term te gebruiken. Alsof een gebied een oorlogsverleden kan hebben. Zuiverder was geweest te spreken van ‘de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Holland’. Van Buuren beperkt zich in zijn boek overigens tot enkele aspecten van de oorlog en dan nog van een beperkter gebied dan Zuid-Holland. Spreken van “een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het oorlogsverleden” duidt trouwens ook op overschatting bij de auteur.


Doofpot?

Citaat

9: “…belastende informatie aan het daglicht gekomen die na de oorlog in de doofpot is gestopt”.

Commentaar

Van Buuren suggereert hier dat er tot nu toe bewust informatie is achtergehouden of zelfs verdonkeremaand. In zijn onderzoek maakt hij deze suggestie niet waar. Alle bronnen die hij raadpleegt zijn netjes geordend en publiekelijk toegankelijk. Bepaalde (ego-)documenten zijn mogelijk door hem voor het eerst geraadpleegd, maar deze zijn nooit met opzet achtergehouden om daarmee een gunstiger beeld van het verzet te creëren. Dat hij een andere visie heeft op bepaalde gebeurtenissen of personen dan tot nu toe in de geschiedschrijving naar voren is gekomen, betekent niet dat andere auteurs bewust informatie hebben achtergehouden. Van Buuren zou in zijn boek nieuwe bronnen hebben moeten onthullen (‘uit de doofpot halen’). Dat is niet het geval.

Zo vermeldt GN40-45, 232, al in 1995 – zij het summier – het gewelddadige verhoor van Lein Francke en diens daaropvolgende dood: “… een tragisch incident tijdens het verhoor van een landwachter uit Maassluis. In een opwelling van woede geeft Doelman de man een dreun in het gezicht. De dag daarop vindt men de arrestant dood in zijn cel. De kwestie zal… leiden tot een voorwaardelijke veroordeling van twee maanden gevangenisstraf.”


Omschrijving uniform en uiterlijk van Doelman

Citaat

22: ”…dat verdacht veel leek op het uniform van leden van de Duitse Nationaal-Socialistische Partij.”
22: “Het leek Hitler wel.”

Commentaar

Elk militair uniform toont overeenkomsten met andere uniformen. Nu legt Van Buuren een suggestieve relatie. Dit wordt versterkt door de beschrijving van het uiterlijk van Doelman waarbij Van Buuren een link legt met het uiterlijk van Hitler. Van Buuren citeert hier verzetslui die hij gesproken heeft. In zijn verantwoording (246) noemt hij hun namen. Ook verwijst hij naar een foto van Doelman (binnenzijde kaft). De suggestie is makkelijk gewekt dat Doelman (ook) qua karakter op Hitler zou lijken. Zie ook: E. Slot (2012), 4.
In GN40-45, 134, is ook een foto opgenomen van Doelman. De lezer oordele zelf!


Topje van de ijsberg

Citaat

43: ”Het drama van Lein Francke is het topje van een ijsberg waarvan het grootste gedeelte zich onder water bevindt.”

Commentaar

Van Buuren hanteert hier een wonderlijke stijlfiguur. Van een ijsberg is altijd het grootste deel onder water. Het woord ‘topje’ maakt dat al duidelijk. Door de toevoeging treedt er een versterkend effect op. De niets vermoedende lezer denkt dat er echt wel iets ergs aan de hand moet zijn. Tegenwoordig noemen we dit ‘framing’.


Onbenullige bewakingsdiensten?

Citaat

59: “Zijn werk als landwachter bleef beperkt tot onbenullige bewakingsdiensten.”

Commentaar

Van Buuren suggereert door het woord ‘onbenullige’ dat Lein Franckes lidmaatschap van de Landwacht zelf onbenullig was en niet veel voorstelde. Het past in zijn poging het gedrag en de persoon van Lein Francke minder ‘fout’ voor te stellen.


Oostgaag

Citaat

63: ”De boerderijen en tuinderijen in de Oostgaag vormden de machtsbasis van het gewapend verzet…”.

Commentaar

De indruk wordt gewekt dat alle boeren en tuinders in die streek behoorden tot het gewapende verzet. Genuanceerder geweest zou zijn te schrijven dat vanuit boerderij ‘Landlust’, gelegen aan de Oostgaag, het verzet in die streek werd georganiseerd. Jacob Doelman spreekt in zijn verzetsherinneringen (zie: Verzetsherinneringen WO II ’40-’45, 159 en 160) er als volgt over: “Is de georganiseerde illegaliteit in onze omgeving in de Oostgaag ontstaan? De animator is naar mijn mening Piet Doelman uit Naaldwijk geweest… Wel was de Oostgaag… al heel gauw een clan van verzet, men hield elkaar vast, men waarschuwde elkaar altijd.” En even verder: “Over verraders gesproken: In de buurt waren enkele sympathisanten van de N.S.B., te bang om iets te doen…”


Reden oprichting Binnenlandse Strijdkrachten

Citaat

98: ”het gewapende verzet, dat tot dan toe als een bende outlaws had geopereerd…” “…een poging om de outlaws in het gareel te krijgen.”

Commentaar

G.J. van Ojen, De Binnenlandse Strijdkrachten (1972), 129 ev, geeft een geheel andere verklaring voor de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het ging er niet zozeer om wetteloze groepen te disciplineren als wel om de verdeeldheid tussen de vele verzetsgroepen te beëindigen en alle krachten te bundelen. Van Buuren heeft dit standaardwerk over de BS zeer waarschijnlijk niet gelezen. Hij vermeldt de titel althans niet in zijn verantwoording. Wonderlijk genoeg meldt hij op p. 153 wel vergelijkbare argumenten als die van Van Ojen: “de bundeling van het landelijke gewapend verzet in oorlogstijd, het aanbrengen van een militaire bevelsstructuur binnen de tot dan toe zelfstandig opererende Knokploegen, het organiseren van een militaire strijdmacht…” Hieruit blijkt innerlijke tegenstrijdigheid in het boek van Van Buuren.


Aanmelding lidmaatschap NSB door Francke

Citaat

53: ”Een maand na het bombardement meldden Lein Francke en zijn vrouw zich aan als sympathiserend lid van de NSB.”

Commentaar

E. Slot (2012), 10 en 11, stelt grote vraagtekens bij de suggestie van oorzakelijkheid tussen het bombardement en het lidmaatschap.


Ronselen?

Citaat

212: ”In september 1944 ronselde Doelman ongeveer vijftig van zijn beste verzetslui… stuurde ze naar Rotterdam.”

Commentaar

Van Buuren gebruikt een negatief beladen woord. Doelman wordt zo voorgesteld als iemand met kwade bedoelingen om er zelf beter van te worden, een soort koppelbaas. Waarom niet ‘verzamelde’, ‘wierf’, ‘rekruteerde’ gebruikt? Die laatste uitdrukking had beter gepast in de (para-)miltiare structuur van de Binnenlandse Strijdkrachten.