Veronderstellingen, vermoedens en commentaren


Vuile wagen als decor voor moffenmeiden

Citaat

16: ”Misschien was het daarom wel het aangewezen voertuig om er moffenmeiden mee op te brengen.”

Commentaar

Van Buuren veronderstelt dat deze wagen er vies uitzag en becommentarieert dan dat dat wel passend was bij de moffenmeiden. Dergelijk commentaar past niet in een objectieve studie.


 

Niet durven arresteren van Clara Rietberg, dochter van de dominee

Citaat

16: ”Zou Bram net zo hebben gereageerd als hij had aangebeld bij een arbeiderswoning…?”

Commentaar

Van Buuren hanteert hier een stijlfiguur die niet past in een objectief historisch verslag. Hij geeft hier commentaar in de vorm van een vraag. De suggestie klinkt zo door dat er sprake was van klassenjustitie of vriendjespolitiek. Zo’n vraag dien je te beantwoorden op basis van documentatie of achterwege te laten. Nu voegt het niets toe, behalve een zekere vooringenomenheid van de auteur.
Zie ook: E. Slot (2012), 2 en 3


 

Gedachten van BS’ers tijdens het kaalknippen van de moffenmeiden

Citaat

18: “Het gaf hun ongetwijfeld een erotische kick om, met stenguns onder hun armen, toe te zien op het kaalknippen…”

Commentaar

Van Buuren kan dit niet weten, tenzij hij een bron kan citeren waaruit dit zou blijken.  Op p. 19 schrijft VB dat zijn vader betrokken was bij het ophalen van de moffenmeiden. Mocht hij de veronderstelling (erotische kick) doen op grond van wat zijn vader hem heeft verteld, dan dient hij dat te vermelden. In zijn verantwoording op p. 244 spreekt Van Buuren over foto’s, maar daarin zal die erotische kick toch niet zichtbaar zijn geweest? Het boek van Monika Diederichs, ‘Wie geschoren wordt moet stil zitten’ (2006), had VB er eventueel op kunnen naslaan.
Zie ook: E. Slot (2012), 3.


 

Organisatie van de BS

Citaat

21: ”Achteraf krijg je de indruk dat iedereen commandant was.”

Commentaar

Van Buuren levert een badinerend commentaar op de organisatiestructuur van de BS. Tijdens een ludieke voordracht zou het nog kunnen om de aandacht van de luisteraar erbij te houden. In een objectief onderzoek hoort een dergelijke opmerking niet thuis. De structuur van de BS was analoog aan die van de normale rangenstructuur van het leger.


 

Veronderstellingen – 1

Citaat

91: ”Op basis van de bronnen veronderstel ik…”

Commentaar

Van Buuren gebruikt hierbij slechts één dagboek als bron. Zie zijn verantwoording op p. 273. De lezer die niet deze verantwoording erop naslaat, raakt zo gemakkelijk op een dwaalspoor in de veronderstelling dat er meer bronnen zijn.


 

Veronderstellingen – 2

Citaat

32: “Gaven de vijf geen gehoor aan de oproep van Maurits om een getuigenverklaring af te leggen? Het lijkt me waarschijnlijker dat Maurits hen niet heeft opgeroepen…”

Commentaar

Van Buuren poneert een veronderstelling (waarschijnlijker) dat Doelman cs niet zijn opgeroepen om te getuigen omdat dat als een beschuldiging zou kunnen worden opgevat. Dat leidt vervolgens tot de indruk dat Doelman zich boven de wet verheven voelde en alles deed wat God verboden had.  Van Buuren beweert dan stellig “Alle bronnen wijzen in die richting. Ik kom daar nog uitgebreid op terug.”  (33). Hij citeert hier uit Gemeente Naaldwijk 1940-1945, 247, noot 12. Daar staat nadrukkelijk bij dat “veel mensen die niet met hem in het verzet gezeten hebben” zo over Doelman spraken. Hier gaat het dus om een mening van mensen die niet actief betrokken waren bij het verzetswerk van Doelman. Van Buuren maakt daar nu echter een feit van.
Over het zgn. ‘Rapport Maurits’ zie: E. Slot (2012), 9.


 

Veronderstellingen – 3

Citaat

33: “Dat lijkt me de meest aannemelijke verklaring…”

Commentaar

Van Buuren interpreteert naar een bepaalde uitkomst toe, nl. Doelman leidde een misdaadsyndicaat als een maffiabaas die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eiste. Hij baseert dit op de veronderstelling dat Maurits hem niet durfde te ondervragen. Zou het misschien ook zo kunnen zijn dat Doelman niet als getuige gehoord kon worden omdat hij verdachte was? We weten het niet. Ook Van Buuren weet het niet en had niet verder mogen gaan dan objectief te melden dat Doelman niet verhoord is of dat van een eventueel verhoor geen archiefstukken zijn achtergebleven.


 

Uniform Lein Francke

Citaat

59: “Voor zover mij bekend droeg hij daarbij geen uniform.”

Commentaar

Van Buuren bedoelt hier in feite dat hij het niet zeker weet. Of tenminste dat hij geen aanwijzingen gevonden heeft. De lezer krijgt echter in het vervolg de indruk dat Van Buuren stellig is dat Francke geen uniform heeft gedragen. De nog in leven zijnde getuigen zouden hierover misschien meer duidelijkheid hebben kunnen verschaffen.


 

Besluitvorming voorafgaande aan liquidatie

Citaat

106-107: “Ik neem aan dat de besluitvorming om iemand van het leven te beroven … bijna altijd rommeliger en onbesuisder verliepen…”

Commentaar

Van Buuren neemt iets aan. Hij veronderstelt dat heel vaak tot liquidaties werd besloten op een onzorgvuldige wijze. De bladzijden daarvoor beschrijft hij juist het tegendeel. Hij accepteert kennelijk de bronnen hierover niet. Dat mag, maar dan moet je wel met bewijzen komen. In verschillende studies wordt inderdaad gewag gemaakt van  ‘rommelige’ liquidaties. Van Buuren noemt echter geen enkele bron. De bronnen die hij noemt (274) ondersteunen zijn veronderstelling ook niet.  In de 2e druk (336) noemt hij o.a. Bart van der Boom, ‘Den Haag in de Tweede Wereldoorlog’ (1995) waar geschreven is over criminele verzetsgroepen. Zijn veronderstelling dat Doelman op een dergelijke wijze zou hebben gehandeld wordt echter niet gestaafd door bronnen. Integendeel.


 

Doelman en liquidaties

Citaat

107: ”In het Westland bepaalde één man wie er werd geliquideerd en dat was Piet Doelman.”
”…verspilde geen tijd met zaken als veemgerichten…”

Commentaar

Dit is een ernstige beschuldiging aan het adres van Doelman. Doelman zou in zijn eentje beslissen over liquidaties. VB heeft gebruik gemaakt van ‘Verzetsherinneringen’ (Gemeentearchief Naaldwijk), maar toch niet alles goed gelezen. Op p. 166 staat daar letterlijk vermeld: “Dergelijke ingrijpende beslissingen werden genomen door tenminste drie man.” Op p. 135 staat ook letterlijk vermeld dat Doelman “beraadslaagde met nog enkele andere mensen van het verzet” voordat werd besloten tot het liquideren van iemand. Deze bronnen niet noemen getuigt van vooringenomenheid en niet integer onderzoek. Van Buuren  wekt de indruk niet te willen geloven dat er zorgvuldig werd gehandeld ten aanzien van het nemen van een besluit tot liquidatie.


 

Veronderstellingen – 4

Citaat

40: “…alle schijn van…”
201: “Ik veronderstel…”
231: ”Ik acht het aannemelijk … naar alle waarschijnlijkheid…”
234: “Misschien… helemaal niet zeker…Ik heb geen idee.”

Commentaar

Commentaar overbodig!


 

Dwingend taalgebruik

Citaat

192: “Ik herinner er ten overvloede aan…”
204: ”Ik zal de leugens … voor de laatste keer op een rij zetten.”

Commentaar

Het klinkt als: Nu vertel ik het nog één keer, snap je het nu nog niet? Deze stijlfiguur heeft overtuigingskracht. De vluchtige lezer krijgt als het ware een standje en laat zich zo makkelijker overtuigen.


 

Sinterklaas

Citaat

188: ”…geven de indruk dat we te maken hebben met een bezoek van Sinterklaas aan een lagere school … of ze in de zak van Zwarte Piet moeten worden gestopt…”

Commentaar

Een weinig serieuze vergelijking! Van Buuren ergert zich merkbaar aan de woorden van de getuigen in hun verklaring over wat er tijdens het verhoor door Doelman zou zijn gebeurd. Zijn ergernis leidt tot de vergelijking met Sinterklaas en de zak van Zwarte Piet. Een objectief onderzoeker dient zich te onthouden van dergelijk commentaar. Zijn woordkeus ‘eufemisme’ doet ook geen recht aan wat de getuigen hebben gezegd. Van Buuren neemt deze getuigen de maat en verraadt zo zijn eigen gemoedstoestand. Een nuchtere distantie hoort bij een historicus. Het oordeel is namelijk aan de lezer. an Buurenoneert hier ook de stelling dat voor Doelman ‘verhoren’ gelijk stond aan het vooropgezette plan Francke uit de weg te ruimen. De krijgsraad deelde in 1948 dit standpunt niet en verklaarde Doelman en zijn medewerkers schuldig.


 

Lippmann – Lipman

Citaat

169: ”Er is een curieuze naamsovereenkomst tussen Luitenant Lippmann, de Duits Ortskommandant van Naaldwijk, en Lipman, de commandant van het Wateringse verzet…”

Commentaar

Dergelijk commentaar hoort niet in een serieus bedoeld boek. Het voegt niets toe aan de inhoud van het boek. Een kritisch redacteur zou zo’n zijdelingse opmerking geschrapt hebben, tenzij het boek niet serieus bedoeld zou zijn.


 

Verdeling geroofde goederen

Citaat

91: ”Waar gingen de geroofde goederen naar toe?”

Commentaar

Van Buuren probeert te bewijzen dat het merendeel van de door de knokploeg geroofde goederen terecht kwam bij de leden van de knokploeg zelf. Dat er dus sprake voornamelijk zou zijn geweest van eigenbelang. “Het zou me zeer verbazen als er ook maar een fractie van de buit… terecht is gekomen bij… ouden van dagen, eerzame arbeiders en alleenstaande moeders met grote gezinnen.” (92). E. Slot (2012), 17, stelt dat er geen bewijzen zijn. Van Buuren haalt één bron aan (zijn oom Dries), maar dat is echt te weinig om een algemene conclusie te trekken. En dat de melkboer Anton van Gent geen voedselpakket heeft gekregen (93), bewijst ook niets. Wonderlijk dat hier de diaconie van de gereformeerde kerk ook een sneer krijgt!
Er is dan ook geen reden te twijfelen aan alles wat geschreven is over het werk van de Landelijke hulp aan onderduikers (LO).

Dat de verzetsgroep zelf profiteerde van de roofovervallen is trouwens geheel logisch. De Binnenlandse Strijdkrachten waren bedoeld om met de geallieerde troepen mee te werken bij de bevrijding van Nederland. Daarom moesten de leden goed getraind en dus in ieder geval in goede conditie zijn en dat veronderstelt dat zij voldoende gevoed moesten zijn. Van Buuren noteert dit doel van de BS trouwens zelf op p. 97.
Verder geldt ongetwijfeld ook hier: wie appelen vaart, die appelen eet.


 

Beweegredenen Lein Francke

Citaat

122 en 123: “Dat lijkt me de meest aannemelijke verklaring…”

Commentaar

Van Buuren probeert de beweegredenen van Lein Francke om lid te worden van de NSB te reconstrueren. Dat is uitermate ingewikkeld voor een historicus. Hij is daarbij afhankelijk van bronnen, bij voorkeur ego-documenten. Het is zeer de vraag of hij erin geslaagd is een aannemelijk beeld te schetsen. Francke zou een pechvogel zijn, getroffen door het noodlot, een arme sloeber, een schlemiel. Dat zou natuurlijk best kunnen (het sluit namelijk aan bij andere studies over de NSB), maar we kunnen dit beeld in het concrete geval van Francke niet verifiëren. De indruk ontstaat bij het lezen dat Van Buuren een vooringenomen standpunt hanteert en de lezer zijn richting uit duwt. Dat is een verdienste voor een auteur, maar is tegelijkertijd een valkuil voor objectieve geschiedschrijving.


 

Zwarte handel

Citaat

82: “Maar Piet Doelman … maakte zich net zo goed schuldig aan zwarthandel.”

Commentaar

Van Buuren hanteert de zgn. jij-bak: Klaas van Buuren deed aan zwarte handel, maar Piet Doelman deed het ook…! Lekker puh..! Het klinkt als een verontschuldiging voor Klaas van Buuren.
Hij haalt hier weer zijn stelling dat Doelman een zwarthandelaar was van stal. Echt overtuigend is hij echter in het geheel niet. Een bron die Van Buuren heeft gelezen wordt door hem in dit verband niet vermeld. Daarom wordt deze bron nu voor de volledigheid geciteerd:

R. Hornstra, hoofdambtenaar van de Protestants Christelijke Reclassering-Vereniging verklaart in een rapport d.d. 27 juni 1945 (NA, CABR 2348): “Gedurende 15 jaar sta ik in geregeld contact met Doelman en zijn gezin. Aanvankelijk optredend als toezichthouder en leidsman over een voorwaardelijk veroordeelde delinquent, deed hij [i.c. Doelman] zich kennen als een tactvol man. Zijn vasthoudensheid en onverzettelijke karakter, gepaard gaande aan een gevoelvol hart, gaf mij destijds de vrijmoedigheid hem als vertegenwoordiger onze vereniging aan te stellen voor Naaldwijk en omgeving. Die taak heeft hij met tact vervuld. Ik hem hem leren kennen als een gaaf en betrouwbaar man. Dit getuigenis werd mij destijds bij oudere inwoners van Naaldwijk bevestigd. […] Tegenstanders beweerden destijds wel eens heel voorzichtig dat Piet min of meer in de zwarte handel betrokken zou zijn. Persoonlijk heb ik dat minutieus uitgezocht en het is mij gebleken dat dit allerminst juist was. Het enige wat hen ten laste gelegd zou kunnen worden is het slachten van enkele varkens. Hij heeft hieraan medewerking verleend met de bedoeling de varkens aan de Duitsers te onthouden. Ongeoorloofde winsten zijn door hem niet gemaakt. Wel heeft hij meerdere keren vlees voor weinig geld weggegeven of ook wel gratis. Dit deed hij temeer omdat hij daardoor kans zag een gewelddadige NSB’er zijn varkens af te pakken. Voor zover mij bekend is dit vlees gratis weggedaan.”

Dit laatste zou overigens een verwijzing kunnen zijn naar het gestolen varken van Benjamin Valstar (zie: VB2, 76, en elders op deze website).


 

Insignes NSB

Citaat

124: “…misschien wel met gebruikmaking van de insignes van de NSB …”

Commentaar

Van Buuren weet niet zeker of Lein Francke zijn insignes gebruikte. Elders (59) twijfelt hij of Francke zijn NSB-uniform heeft gedragen. Je kunt je toch niet voorstellen dat hij zijn speldjes op zijn gewone kleren opdeed? Van Buuren is inconsistent.


 

Rol van Gerrit Wagner als hoofd van de POD Vlaardingen-Westland

Citaat

238-240: ”U hebt gelijk, schreef Wagner, dat het verhoor van uw vader uit de hand is gelopen, …”

Commentaar

Het commentaar van Van Buuren bij de beschrijving door Wagner van het verhoor van Francke door Doelman is negatief. Het zou interessant zijn de brief van Wagner aan Lein Francke jr. in extenso te kunnen lezen. Mocht de weergave van Van Buuren correct zijn, dan is de reactie van Wagner inderdaad af te keuren. Dit vraagt om nader onderzoek.


 

Eric Slot als broodschrijver?

Citaat

2e druk, 268: ”Eric Slot is dus niet een assistent van Hans Blom, maar een freelance-journalist die ingehuurd is door Jan Doelman om mijn boek na te pluizen. Een broodschrijver!”

Commentaar

Van Buuren vervolgt met: “Nu is er niks mis met broodschrijvers, maar je kunt niet verwachten dat zo iemand neutraal onderzoek uitvoert. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, nietwaar?”  Hij zou gelijk hebben als hij had beweerd dat je een auteur in zo’n situatie extra kritisch moet volgen. Dat geldt overigens voor elke auteur. Dat het echter onmogelijk zou zijn om als betaald auteur (in opdracht van een ander) onafhankelijk onderzoek te doen, is zeer de vraag. Dat dient eerst te worden aangetoond. Van Buuren is dus aan zet. In zijn epiloog in de 2e druk doet hij daartoe een eerste poging. Eric Slot (2012) gaat hierop in in zijn artikel (van 28 pagina’s) dat in zijn geheel is toegevoegd aan deze website. De lezer oordele zelf! Let ook daarbij op de verschillende historische publicaties van Slot.


 

Arrestatie Doelman als gevolg van verraad door Lein Francke?

Citaat

2e druk, 271: ”Ten overvloede merk ik op dat Doelman niet werd gearresteerd als gevolg van verraad, en al helemaal niet van verraad door Lein Francke, maar als gevolg van domme pech…”

Commentaar

Het is evident dat de arrestatie van Doelman (23 april 1945) het gevolg was van domme autopech. Deze conclusie van Van Buuren wordt dus niet bestreden. E. Slot (2102), 6-8, gaat uitvoerig in op de aanvullende argumenten van Van Buuren in zijn 2e druk en toont aan dat Van Buuren niet correct leest of interpreteert.


 

SD wel of niet fanatiek?

Citaat

282: “Ik neem aan … (hoewel ik me daarin kan vergissen)…” 

Commentaar:

Van Buuren redeneert hier inconsistent. Hij meldt eerst dat de reguliere Duitse manschappen aan het eind van de oorlog “oude, gedemoraliseerde en slecht uitgerust” waren. Zij wilden er zonder kleerscheuren vanaf komen. Vervolgens merkt hij op dat dat de Sicherheitsdienst van een ander kaliber was. Je zou dus denken dat hij bedoelt: fanatiek tot het einde. Maar Van Buuren vervolgt echter met: “Ik neem aan dat de SD aan het eind van de oorlog niet meer zo fanatiek op jacht was naar verzetslui…” Maar direct aansluitend  relativeert Van Buuren zijn stelling weer met: “hoewel ik me daarin kan vergissen”.